Dorp_Kudde
WillysTravels1
 
Mozesberg
Publicaties
 
Van vallei der Koningen naar Mozesberg

Hoog zittend op hun harde zetels aanschouwen ze iedere morgen de zonsopkomst, al meer dan drieduizend jaar. De tand des tijds heeft een zware tol geeist van hun robuuste lichamen: op meerdere plekken is nog slechts een stenen geraamte zichtbaar. Toch kijken de Kolossen van Memnon trots voor zich uit richting het Nijldal. Ooit bewaakten deze standbeelden de poorten van de grotendeels vergane graftempel van Amenhotep III. We bevinden ons op de westelijke Nijloever bij Luxor en staan op het punt een gebied binnen te gaan waar farao’s, koninginnen en edelen van diverse dynastiën begraven liggen. Waar tempels zijn opgericht tot meerdere eer en glorie van de goden en heersers over Opper- en Neder-Egypte.


Fietsen in de woestijn

Met zijn vieren fietsen we over de geasfalteerde weg richting het kleine dorpje Qurnet Murai en slaan linksaf naar Medinet Haboe. Net als bij diverse andere grote tempels is hieraan gewerkt tijdens verschillende regeerperiodes. Voornaamste monument is de dodentempel van Ramses III en de reliefs vertonen o.a. afbeeldingen van deze farao tijdens de door hem gevoerde oorlogen. Het valt mij op dat enkele wandschilderingen nog steeds hun kleuren bevatten ondanks blootstelling aan het zonlicht gedurende tientallen eeuwen.

De rit gaat verder helling op richting het Dal der Koninginnen. In deze tijd van het jaar is de temperatuur zo’n 40-45 °C in de schaduw. Met de zon boven het hoofd en af en toe een warme windstroming krijg je het gevoel alsof je in een hetelucht oven aan het fietsen bent. Enkele groepsleden hadden gisteren al op de westoever gefietst en (bijna) de Vallei der Koningen bereikt. Maar die waren halfgaar weer bij het hotel aangekomen, vandaar dat wij het vandaag wat kalmer aan doen. We bezichtiging enkele tombes van de Egyptische koninginnen. Behalve een boeiende inkijk in de schilderkunst van toen bieden de grafkelders ook een aangename afkoeling. Na het repareren van een lekke band, bijgestaan door iemand van de locale bevolking, keren we terug bij het sfeervol ingerichte restaurant vlak voor Medinet Haboe.

Tijdens de lunch raken we in gesprek met de eigenaar, die normaal in Duitsland werkzaam is maar enkele maanden per jaar dit restaurant beheert. Dan blijkt dat hij een rol heeft gespeelt bij de uitschakeling van de daders die de beruchte aanslag op toeristen hebben gepleegd. Op 17 november 1997 kaapten zes leden van de fundamentalistische Gamaa al-Islamiya groepering een aantal bussen bij de tempel van Hatsjepsoet. Met automatische wapens maaiden zij tientallen onschuldige mensen neer. In totaal kwamen 67 mensen om het leven, waaronder 57 toeristen en zo’n tachtig mensen raakten gewond. Na de aanslag vluchtten de daders de bergen in achtervolgd door politie en een woedende bevolking. Onder hen de restuarant-eigenaar en met zijn geweer had hij één van de terroristen doodgeschoten. Woedend is hij op de daders van de aanslag: ‘They destroy our business’. Inderdaad is het aantal mensen dat Egypte bezoekt flink teruggelopen als gevolg van de gewelddagige aanslagen. Trots verteld hij dat de Duitse televisie een langdurig interview heeft uitgezonden waarin hij de hele toedracht heeft uitgelegd. Hoewel hij tegenover ons toegeeft nog steeds problemen met zijn geweten te hebben twijfelt hij niet aan de rechtvaardigheid van zijn actie. Op het moment dat we aanstalten maken om weer verder te gaan komt een man het restaurant binnen. Zodra hij hoort waar het gesprek over gaat legt hij zijn arm om de schouders van de eigenaar en roept: ‘He is our hero’.

We fietsen weer richting de bezienswaardigheden en bezoeken o.a. het Ramesseum. Deze dodentempel, gewijd aan de god Amon, is destijds opgericht ter nagedachtenis aan Ramses II. Deze farao, ook wel Ramses de Grote genoemd, voerde 66 jaar lang de scepter over Egypte. Een kolossaal beeld van hem is helaas uiteengevallen en dus zijn hier een stenen hoofd en voet van enorme proporties te bezichtigen.

Vallei der Koningen

De bus moet een flink stuk omrijden om over de brug de westelijke oever van de Nijl te bereiken. Eerst wordt gestopt om de liefhebbers de kans te geven het pas gerestaureerde graf van Nefertari te bezichtigen. Vervolgens rijden we verder richting de graftempel van Hatsjepsoet. Zij was destijds regentes voor haar stiefzoon Toetmoses III. Tegen de traditie in liet zij zich tot farao kronen en behield de macht tot haar dood, zeer tegen de zin van haar stiefzoon. De tempel is gebouwd tegen de rotswand en bestaat uit 3 zuilengalerijen waarvan alleen de onderste 2 opengesteld zijn voor het publiek. Als laatste staat de Vallei der Koningen op het programma. Het treintje welke de afstand tussen de ingang en de feitelijke vallei overbrugt zou goed passen in de Efteling of Euro-Disney maar vloekt met de waardigheid van deze historische plek. Eigenlijk bestaat King’s Valley uit een westelijk en een oostelijk deel. Het laatste is verreweg het belangrijkste en bevat maar liefst 62 graftombes. Het is opvallend rustig bij de ingang van de door Howart Carter in 1922 ontdekte grafkelder van Toetanchamon. Via een naderhand aangelegde trap gaan we naar beneden, aan het einde naar rechts en dan staan we in de grote ruimte die grenst aan de grafkamer. Hierin staat de sarcofaag van de jong gestorven farao opgesteld. Enkele dagen eerder hadden we in het Egytisch museum de schitterende collectie schatten gezien afkomstig uit deze grafkelder, inclusief het wereldberoemde dodenmasker. Tegenwoordig zijn de kostbaarheden overzichtelijk uitgestald in een speciale vleugel van het museum, destijds troffen de archeologen de spullen chaotisch opgestapeld in de grafkelder.

Om de graftombe van Toetmoses III te bereiken moeten we eerst een steile trap op aangezien het hoog verborgen ligt in de rotsen van de vallei. Ondanks dat is het een van de eerste graven die leeggeroofd is door plunderaars. De grafkelder gaat vele tientallen meters diep de rotswand in. Haar muurschilderingen stammen uit de periode dat deze kunstvorm in opkomst kwam en zijn dus nog vrij primitief. De figuren lijken afkomstig uit een oudheidkundig stripverhaal hoewel de latere symbolen en hieroglyfen er duidelijk in te herkennen zijn. De tombes van Ramses III en Ramses VI zijn pakweg honderd meter diep in de stenen rotswands uitgekapt. Ze zijn rijkelijk voorzien van prachtige muurschilderingen welke de geschiedenis van het Egyptische rijk beschrijven, de vele goden vereren en geven uiteraard een opsomming van de heldendaden van de overledene.

Onderweg 1

Vroeg in de ochtend komen we samen bij een verzamelplaats waar verschillende bussen met buitenlandse toeristen staan opgesteld. Van hieruit gaat het onder politie-escorte op weg naar Aswan. Hoewel bedoelt als bescherming tegen eventuele aanslagen door m.n. fundamentalistische moslims stelt zo’n escorte niet veel voor: een jeep met gewapende politiemannen rijdt (soms enkele kilometers) voor de stoet uit. Onderweg maken we een stop bij Edfu, de tempel opgericht ter ere van de valkgod Horus. Een indrukwekkende pyloon vormt de toegangspoort en eenmaal binnen wandelen we tussen brede zuilen, elk voorzien van de kenmerkende papyrus-kapitelen. Een standbeeld van Horus staat voor de ingang van diverse ruimtes die in de oudheid een religieuze betekenis hadden. Ditt beeld is voorzien van de dubbele kroon die de heerschappij over Opper- en Neder-Egypte symboliseert. Terug in de bus vernemem we de belevenissen van Christine en Paul. Zij hadden van één van de bewakers toestemming gekregen om over het hek te klimmen waarachter een heilige boot staat opgesteld. Opgewonden vertellen ze hartkloppingen gekregen te hebben zodra ze over het hek geklommen waren. Beiden zijn ervan overtuigd dat een mystieke kracht aan de grondslag van dit lichamelijk euvel ligt. Grote hilariteit als uit een reishandboek blijkt dat er slechts een kopie van de boot in de tempel aanwezig is. Na bezichtiging van de tempel Kom Ombo rijdt een politieman in burger mee in de bus. Hij neemt plaats naast de bestuurder met een machinegeweer in de hand, en kijkt de rest van de rit stoïcijns voor zich uit. Misschien is in het voorgaande de indruk gewekt dat de angst voor een terroristische actie een stempel heeft gedrukt op de reis. Dit valt best wel mee. Hoewel het risico van een een aanslag op de achtergrond meespeelde was het toch vooral een onspannen vakantie. Zowel in de omgeving van Luxor als Aswan (risico-gebied) hebben we de tijd doorgebracht met diverse activiteiten. In de morgen en vroege middag bezochten we diverse bezienswaardigheden. De rest van de middag werd siesta gehouden of men nam een koele duik in het zwembad bij het hotel.

Aswan

Gelegen in het zuiden van Egypte is het een belangrijk centrum voor de Nubische bevolking die in deze omgeving woonachtig is. De Nubiërs hebben een donkerder uiterlijk dan de overige Egyptenaren. Voor de buitenwereld is Aswan vooral bekend vanwege de naar deze stad vernoemde dam in de Nijl. Behalve de dam en de beroemde onafgemaakte obelisk heeft de omgeving van Aswan echter nog veel meer in petto.

Een feloek brengt ons naar het kleine Kitchener eiland waarop een botanische tuin te bezichtigen is. Daarna varen we verder naar Elephantine, zo vernoemt omdat rotsformaties op dit eilandje soms aangezien worden voor een kudde in de Nijl badende olifanten. Op het eiland is het Aswan-museum gevestigd. De verzameling speerpunten en andere kleine voorwerpen die hier liggen uitgestalt vormen een behoorlijke afknapper als je vooraf de musea in Caïro en Luxor hebt bezocht. Daarentegen is het Nubisch museum een echte aanrader. Dit is modern ingericht en geeft een fraai overzicht van de Nubische cultuur door de eeuwen heen, waarbij ook de externe invloeden zoals de islam aan bod komen. We vervolgen onze boottocht en brengen een bezoek aan een Nubisch dorp, waar te gast zijn bij de familie van de eigenaar van de feloek. Zelf zit hij op zijn gemak een waterpijp te roken. Een oude man ligt op een bed en kijkt vreemd op naar de verre gasten. Er worden tapijten op de grond gelegd waarop we plaats mogen nemen. De vrouwen, gekleed in zwarte jurken, maken het eten klaar. Terwijl opa buiten een tukkie te doet, genieten wij van een heerlijke maaltijd.

Vandaag staat een bezoek aan de kamelenmarkt van Daraw op het programma. Voor een probleemloze toegang tot de markt wordt de dames in de groep verzocht een hoofddoek om te doen. Lopend door een schaduwrijke bouwwerk bestaande uit houten balken waaraan netten opgehangen zijn komen we op een open ruimte. Hier bevindt zich de handelswaar. Grote, kleine, jonge en oude kamelen. Hun linkerpoot is met een stuk touw opgebonden en onhandig strompelen ze rond over deze door houten hekken afgerasterde marktplaats. Her en der zitten de marktkooplui en hun potentiele klanten in kleine groepjes te onderhandelen. Druk pratend en driftig met de handen bewegend, handen schuddend als er een deal gesloten is. We worden uitgenodigd thee te drinken. Na pakweg een uur rijden we verder en komen bij een andere markt terecht. Hier wordt vrijwel alles verhandeld wat in Egypte verkrijgbaar is, luxe artikelen maar vooral datgene wat voor het dagelijks leven noodzakelijk is. Diverse soorten groenten en fruit. Daarnaast ook ezels, geiten, schapen en allerlei soorten gevogelte. Het is een gezellige drukte op deze snikhete dag.

Onderweg 2

We verlaten Aswan per feloek. Eerst wordt een ruime voorraad proviand ingeslagen, het dek wordt bedekt met tapijten voor een aangename verpozing. En dan varen we met 2 van deze traditionele zeilboten de Nijl stroomafwaarts af. Het is aangename en ontspannen verpozing, mits je zo veel mogelijk in de schaduw van het zeil verblijft. De twee boten laveren voortdurend om het optimale rendement uit de noordenwind te halen. Af en toe passeren we een groot cruiseschip. Tegen het eind van de middag leggen we aan op een plek waar meerdere felloeken afgemeerd liggen.

Een oud Egyptisch spreekwoord zegt dat wie een duik in de Nijl neemt ooit nog eens terug zal keren in dit mooie land. Dat geldt zeker voor Paul, de enige binnen de groep die al een keer eerder Egypte heeft bezocht. Destijds had hij inderdaad een frisse duik in de langste rivier van de wereld genomen. Ook nu is hij de enige die, net als de Nubische roergangers, het aandurft om in de Nijl te zwemmen. Dit ondanks veelvuldige waarschuwingen voor het risico van bilharzia. De larven van deze worminfectie dringen via de huid het lichaam binnen van iemand die in besmet water zwemt of pootje baadt. In de lever ontwikkelen ze zich tot volwassen zuigwormen die zich daarna nestelen in de blaas- of darmwand. Alle anderen laten zich door het schrikbeeld van in het lichaam rondkruipende wormen weerhouden van een duik in de Nijl.

Na het diner, als de duisternis invalt, wordt een kampvuur aangemaakt. Dat de Nubische bevolking gevoel voor ritme heeft en graag danst hadden we enkele dagen eerder al bemerkt tijdens een Nubische bruiloft. Ook nu wordt door de stuurlui van de verschillende felloeken een opzwepend ritme voortgebracht op hun trommels. Het swingt echt de pan uit en zo wordt tot in de kleine uurtjes gedanst en gefeest rond het kampvuur. We overnachten op de boot onder de blote hemel. Het kabbelende water van de Nijl en de frisse lucht staat garant voor een goede nachtrust.

De volgende morgen zeilen we verder en leggen uiteindelijk aan bij Kom Ombo. Hier stappen we op de de bus die via Luxor rijdt richting Hurgharda. Dit uit zijn voegen gegroeide (vissers)dorp is tegenwoordig erg in trek bij toeristen die willen duiken of snorkelen in de Rode Zee. Voordat we het centrum bereiken passeren we een lange rij luxe hotels die de laatste jaren uit de grond zijn gestampt. We verblijven slechts één dag in Hurghada waar we met een jachtboot de Rode Zee opvaren. Voorzien van zwemvliezen, duikbril en snorkel drijf ik op het wateroppervlak. Voor mijn ogen verschijnt een adembenemende wereld van kleurrijke koralen in de meest vreemde vormen. Daar rondom zwemmen prachtige exotische vissen. Wanneer ik terugkeer bij de boot blijkt dat enkele andere jachten voor anker zijn gegaan op deze plek. Met al dit massatoerisme vraag ik me af hoelang het fragiele ecosysteem in stand blijft. Een Italiaan, een beetje een machotype, staat met zijn zwemvliezen pontificaal op de begroeide bodem. De opmerking dat het niet toegestaan is op het kwetsbare koraal te gaan staan wordt beantwoord met het onverschillige:’I know’. Vervolgens tuurt hij op zijn gemak de omgeving rond.

De reis gaat verder richting Suez, maar eerst maken we een stop bij het St. Paulus klooster. Dit afgelegen klooster is vernoemd naar Paulus van Thebe (ca. 228-341). Hij staat bekend als de eerste anachoreet: christelijke eenzamen die, in navolging van Jezus en Johannes de Doper, zich terugtrokken in de woestijn. We krijgen een rondleiding door een van de monikken. Nadat we de schoenen uitgedaan hebben mogen we het voornaamste gedeelte van het klooster betreden. Hier bevindt zich de grot waar Paulus het grootste deel van zijn lange leven in verbleef. Zodra we binnen komen valt me op dat Abdel, onze chauffeur devoot aan het bidden is voor een klein altaar. We krijgen het verhaal van de heilige te horen. Na een ruzie met zijn vader trekt hij zich terug uit de bewoonde wereld om een aan God gewijd leven te leiden. Decennia lang leeft hij in afzondering op deze afgelegen plek in de woestijn. Terwijl ik dit aanhoor balanceren mijn gedachten tussen waardering en scepsis. Enerzijds groot respect voor de ongelooflijke zelfopoffering en het doorzettingsvermogen van deze kluizenaar. Anderzijds vrees ik dat deze l eefstijl de 4de eeuwse oplossing is voor contactgestoorde personen. Toch heeft het verhaal een goede afloop. Jarenlang ontving deze heilige in spee een half brood, volgens de legende gebracht door een raaf. Op zekere dag wordt door St. Antonius een heel brood gestuurd naar Paulus. Dit was voor hem een teken dat hij de status van heilige verkregen had en als St. Paul de geschiedenis in zou gaan. Eind goed, al goed.

De bus rijdt door de tunnel die vreemd genoeg een bocht maakt. Zodra we weer boven komen wordt tijd ingeruimd om het Suez-kanaal te bezichtigen. Een blauwgrijze stook water strekt zich kaarsrecht uit van noord naar zuid, zover het oog kan zien. Aan weerszijde begrensd door het gele zand van de woestijn. Her en der zorgen enkele bomen voor wat schamele begroeiing. Het kanaal lijkt veel smaller dan ik me ervan voorgesteld had. Pas als een paar supertankers voorbij varen dringt de ware grote van dit in 1869 opgengestelde kanaal tot me door.

Dahab

Na een lange busreis, waarbij we onderweg de paarskleurige bergen zien die zo kenmerkend zijn voor de Sinaï, bereiken we Dahab. Dit van oorsprong bedoeïnendorpje is in de jaren zestig en zeventig uitgegroeid tot een pleisterplaats voor hippies. De relaxte sfeer van toen is nu nog merkbaar. Langs het strand strekt zich een lange rij eettentjes uit. De gasten genieten van hun maaltijd terwijl ze op hun gemak zitten of liggen in de kleurrijke kussens welke zijn uitgespreid op de grond. Dahab kent verschillende watersport-activiteiten waaronder snorkelen en duiken. Tegen betaling van $60 kan men een introduktie-duikles nemen in het heldere water van de Rode Zee. En zo zit ik op deze warme middag samen met Chistine en haar hoogbegaafde dochter op het strand van Dahab. Tegenover ons de uit Zuid-Afrika afkomstige instructeur. Hij begint met een korte uitleg van de apparatuur en de onder water gehanteerde gebarentaal. Daarna is het de bedoeling dat we ieder afzonderlijk een duik nemen onder zijn deskundige leiding. Met enige moeite wring ik me in het duikpak en doe de loden riem om. Daarna krijg ik de zuurstofflessen op de rug gehangen. Tsjonge, wat zijn die krengen zwaar, gelukkig heb je daar onder water weinig last meer van. Eerst nog een korte uitleg hoe je onder water het mondstuk kunt aanbrengen en vervolgens erdoor kunt in- en uitademen. Breath in, breath out: langzaam maken zijn armen een open- en dichtgaande beweging. Na enkele keren oefenen in de branding waag ik de sprong in het diepe. De instructeur zwemt mee en zal o.a. de zuurstofregelaar en dieptemeter in de gaten houden. Eenmaal onder water openbaart zich een fantastisch schouwspel van licht en kleur. Vele verschillende soorten vissen zwemmen rondom mij en ik onderdruk met moeite de neiging om er af en toe een te vangen. Ze zijn er in zoveel variaties en ik krijg de indruk dat naar mate we dieper komen er grotere vissen zwemmen. Ik krijg last van de druk op mijn oren. Normaal slik ik dan een paar keer maar dat lukt nu niet vanwege een opvallend droge keel. Daarom trek ik het mondstuk uit en voorzichtig neem ik een paar slokken zeewater. Later hoor ik van de instructeur dat hij dat nog nooit eerder had meegemaakt. De zoute smaak van het water valt wel mee. Misschien omdat mijn aandacht meer op andere dingen gevestigd is, misschien ook vanwege samenstelling van de perslucht. Breath in, breath out! Aangezien ik in Hurghada al gesnorkeld had is deze wonderlijke waterwereld niet geheel nieuw voor mij. Afgezien van de derde dimensie biedt de diepte toch vooral een extra stuk spanning. Van onderaf is het wateroppervlak een ritmisch dansende spiegel, wreed verstoord door de armen en benen van de rondspartelende mensen. Plotseling tikt de instructeur me op mijn schouder en wijst in de diepte een tiental meters voor ons uit. Tot mijn vreugde ontwaar ik een zeeschildpad, naar schatting een halve meter in diameter. Direct daarna zie op een aantal plekken luchtbellen opstijgen, ofwel er zijn meerdere duikers in de buurt. Het arme beest maakt zich snel uit de voeten, in verlegenheid gebracht door deze overmaat aan menselijke belangstelling. We zwemmen verder en maken een grote boog langs de steil oplopende wand welke rijkelijk begroeid is met koraal. Na iets meer dan een halfuur duiken zijn we weer terug op het strand. Vanwege de druk op mijn oren ben ik slechts tot 6.2m diep gekomen maar het blijft een onvergetelijke ervaring.

Mozesberg

Laat in de middag, als de zon niet al te hoog meer staat, arriveren we bij het St. Catherina klooster. Gelegen aan de voet van de Mosesberg vormt dit klooster het vertrekpunt van onze tocht naar de top van deze beroemde berg. Lange tijd loopt het pad rechtuit en in het verlengde daarvan ligt een bergtop die we aanvankelijk als eindbestemming beschouwen. Dan maakt het pad een scherpe bocht en ontwaren we de Mosesberg (ook wel Sinaï-berg genoemd) in al zijn glorie. De berg steekt sterk af t.o.v. de omgeving. Er is amper begroeiing is op de kale rotswand. Wij lopen verder over het pad richting de top. Onderweg komen we op een plek waar kameeldrijvers een aantal van hun dieren hebben verzameld. Tegen een geringe financiele vergoeding kan men zich op de rug van zo’n kameel naar boven laten brengen. Uiteraard gaan we niet op dit aanbod in, dan blijft er immers weinig uitdaging meer over. De tocht gaat verder en we kijken neer op de berg die we in het begin voor de Mosesberg aanzagen: het lijkt nu een onbeduidend heuveltje. De laatste paar honderd meter voor de top is een stenen trap aangelegd. Ik zit bij de eersten die de top bereiken, nog net binnen de 2 uur vanaf het vertrek. Eén voor één bereiken de overige groepsleden de eindbestemming, de laatste een uur later. Dit is dus de plek waar Moses vele eeuwen geleden de Tien Geboden in ontvangst nam. Vreemd dat hij niet de Catherina berg hiervoor uitgekozen heeft, want dat is tenslotte de hoogste berg in deze omgeving. Wij maken ons op voor de nacht en kopen ieder een matras om op te slapen.

Wanneer de duisternis invalt kunnen we genieten van een heldere hemel zoals die in Nederland zelden of nooit te zien is. De hoogte, een onbewolkte lucht en weinig omgevingslicht leveren een perfecte situatie om de sterren ongestoord te aanschouwen. Miljoenen lichtpuntjes op evenzovele lichtjaren afstand. Bekende patronen zoals de Grote en Kleine Beer, een enkeling herkent het sterrenbeeld Leeuw. Af en toe zorgt een vallende ster voor een korte, heldere lichtstreep. Het Melkwegstelsel strooit een astronomische strook zilverkleurige confetti tegen een pikzwarte achtergrond. Onwillekeurig dwalen de gedachten naar het moment dat we vlak voor de landing vlogen boven nachtelijk Caïro. Honderduizenden straatlampen, verlichte flatgebouwen en de onvermijdelijke neonreclame zorgden voor een kleurrijk geheel.

Caïro

Egypte’s hoofdsstad is start- en eindpunt van de rondreis. Eerst nog genieten van een prachtige zonsopkomst vanaf de Mozesberg en dan aanvaarden we de lange tocht naar deze metropool. Caïro heeft een diepe indruk op mij gemaakt. Allereerst vanwege de ontzagwekkende piramides bij Gizeh en het volgepakte Egyptisch museum, waar de schatten van het eens zo machtige en welvarende rijk staan uitgestald. Wat Caïro zo bijzonder maakt is dat merkwaardige contrast tussen het haastige en jachtige gedrag welke je in zo’n metropool verwacht en tegelijkertijd de kalmte en rust waarmee de mensen hier door het leven gaan. Dat men in Derde Wereldlanden vaak roekeloos rijdt had ik een jaar eerder al ervaren in de chaotische drukte van Beijing. Maar daar stopte men tenminste nog voor het rode verkeerslicht! Hier lijkt men zich aan geen enkele verkeersregel te houden. Toch gaat het verbazingwekkend goed: tijdens ons verblijf heeft niemand een ongeluk zien gebeuren. Eenzelfde tegenstelling is merkbaar als je een bezoek brengt aan Khan Al-Khalili. Op deze drukke markt weet je bij voorbaat dat je als westerling ondanks intensief afdingen vrijwel altijd te veel betaalt. Kom je echter in de wat minder drukke staatjes dan bemerkt je tevens een onbaatzuchtige vriendelijkheid. Zoals de oude man die, ondanks hevig protest, persé zijn kruk afstaat voor de klant die slechts een onbeduidend flesje cola heeft gekocht. Met zijn meer dan 17 miljoen inwoners is Caïro een stad met vele contrasten. Puissante rijkdom en bittere armoede. Ik geef mijn laatste Egyptische ponden aan een bedelaares op de Al-Tahrir-brug. Teruglopend naar het hotel zie ik een aanplakbiljet waarop de opvoering van Aïda aangekondigd wordt. Deze door Verdi gecomponeerde opera zal grootschalig gespeeld worden bij de Sfinx. Hoewel ik geen echte opera liefhebber ben spreekt dit spektakel me wel aan. Tegen de tijd dat deze show plaatsvindt ben ik echter allang weer terug in Nederland. Thuis, voor de buis.